Engels op de basisschool: zo herken je goed taalonderwijs
Begint Engels op de ene basisschool in groep 1 en op de andere pas in groep 7? Dat kan: scholen kiezen zelf hoe ze de kerndoelen invullen. Met de doelen, lesvoorbeelden en vragen hieronder kun je het aanbod beter vergelijken.
Door Anouk Veldman · · 6 min leestijd
Je kind komt thuis met een Engels liedje, leert woordjes op school of vertelt dat er in groep 7 een Engelse les is. Hoe weet je of dat past bij wat kinderen op de basisschool moeten leren? Kijk niet alleen naar de startgroep of het aantal werkbladen. Belangrijker is wat leerlingen met Engels oefenen, hoe vaak ze de taal actief gebruiken en hoe de school aansluit op hun niveau. De landelijke doelen en concrete voorbeelden helpen je daar gerichte vragen over te stellen.
Wat moeten kinderen leren bij Engels?
Engels is een verplicht vak, maar de landelijke kerndoelen schrijven niet één vaste lesmethode of hetzelfde rooster voor. De overheid licht toe dat scholen de verplichte onderdelen van het curriculum zelf invullen. De doelen voor Engels gaan over taal gebruiken: informatie halen uit eenvoudige gesproken en geschreven teksten, informatie vragen of geven, eenvoudige woorden schrijven en woordbetekenissen of spelling opzoeken.
Het zijn dus vier doelen die samen meer omvatten dan woordjes uit het hoofd leren. Een kind kan bijvoorbeeld luisteren naar een korte uitleg over een spel, in het Engels vragen welke kleur iemand kiest, een kaartje met een alledaags woord schrijven en dat woord in een woordenboek opzoeken. Dat zijn concrete lesvoorbeelden, geen verplichte landelijke toetsopgaven. De school kiest passend materiaal en bouwt de opdrachten op.
Volgens SLO ligt bij jongere kinderen vooral de nadruk op luisteren en spreken; lezen en schrijven krijgen later meer aandacht. De SLO-uitleg over Engels in het primair onderwijs beschrijft ook dat basisscholen verschillende startmomenten en hoeveelheden lestijd kiezen. Vergelijk daarom niet alleen hoeveel Engelse woorden je kind kent. Let ook op of het kind eenvoudige taal kan begrijpen en gebruiken.
Wanneer begint Engels en hoeveel les is er?
Engels is verplicht, maar er is geen wettelijk vastgelegd startmoment voor alle scholen. Veel scholen bieden Engels in groep 7 en 8 aan; andere beginnen eerder. Een school kan bijvoorbeeld al in de onderbouw Engelse liedjes, verhalen of spelletjes gebruiken. Eerder beginnen vertelt op zichzelf nog niet hoeveel taal kinderen daadwerkelijk leren.
SLO beschrijft ongeveer een uur Engels per week als gebruikelijke invulling in groep 7 en 8. Dat is een beschrijving van een onderwijspraktijk, geen wettelijke norm. Sommige scholen verdelen oefenmomenten over meerdere dagen, andere plannen een langer lesmoment. Vraag dus wat de school bedoelt met “Engels vanaf groep 1”: gaat het om geregeld lesaanbod, korte kennismakingen, of ook om Engels tijdens andere activiteiten?
Bij het vergelijken kan deze indeling helpen:
- Engels vanaf groep 7: vraag hoe luisteren, spreken, lezen en schrijven in de bovenbouw aan bod komen.
- Eerder starten: vraag welke activiteiten leerlingen in eerdere groepen doen en hoe die zich ontwikkelen.
- Engels gebruiken bij andere vakken: vraag welke onderdelen in het Engels plaatsvinden en hoe de leerkracht controleert of kinderen de vakinhoud blijven begrijpen.
SLO noemt ook voorbeelden van communicatieve situaties die passen bij de leeftijd, zoals iets bestellen of vertellen waar je woont. Het gaat er niet om dat elk kind meteen vloeiend spreekt. Een bruikbaar lesdoel kan bescheidener en concreter zijn: een leerling begrijpt een eenvoudige vraag, durft daarop te reageren en probeert een woord op een andere manier uit te leggen als het niet bekend is.
Welke lesaanpak past bij je kind?
Een duidelijke Engelse les laat kinderen taal in een herkenbare situatie gebruiken. Denk aan vier mogelijke lesopdrachten: luisteren naar aanwijzingen om een route op een plattegrond te volgen; een klasgenoot vragen naar diens favoriete spel; een kort boodschappenlijstje met bekende woorden lezen; of een eenvoudig kaartje schrijven voor een jarige. Zo’n opdracht maakt zichtbaar of Engels verder gaat dan nazeggen.
Voor je kind kan de ene manier prettiger zijn dan de andere. Een leerling die graag praat, kan baat hebben bij korte gesprekjes in tweetallen. Een kind dat eerst wil luisteren, kan beginnen met een liedje of verhaal en daarna één woord of antwoord geven. De leerkracht kan dezelfde opdracht makkelijker of uitdagender maken, bijvoorbeeld door woordkaarten te geven of juist een extra vervolgvraag te stellen.
Let ook op hoe fouten worden behandeld. Bij een spreekopdracht hoort proberen erbij. Een kind dat een woord niet kent, kan leren om een ander woord te gebruiken, iets aan te wijzen of om hulp te vragen. SLO beschrijft zulke strategieën als onderdeel van het oefenen met communiceren. Dat geeft je een concretere indruk dan alleen de mededeling dat de school “veel aandacht voor Engels” heeft.
Engels kan bovendien aansluiten bij onderwerpen die kinderen al kennen. Een opdracht met getallen kan bijvoorbeeld bestaan uit een eenvoudige Engelse vraag over aantallen of prijzen; dat is een andere context dan oefenen met rekenen in groep 4, maar kan herkenbare woorden betekenis geven. De Engelse leerdoelen blijven daarbij taal gebruiken en begrijpen, niet een extra rekenmethode volgen.
Hoe vergelijk je scholen of groepen eerlijk?
Zet bij een gesprek of schoolbezoek niet alleen de startleeftijd naast elkaar. Vraag bij elke school dezelfde dingen:
- In welke groepen krijgen kinderen Engels, en hoe vaak oefenen ze?
- Welke vaardigheden komen terug: luisteren, spreken, lezen en schrijven?
- Kun je een voorbeeld zien van een opdracht die leerlingen zelf uitvoeren?
- Hoe krijgt een kind hulp als het de woorden nog niet kent, of juist al veel Engels spreekt?
- Hoe deelt de school met ouders wat kinderen oefenen en hoe hun voortgang wordt gevolgd?
- Hoe sluit het aanbod in groep 8 aan op de overgang naar het voortgezet onderwijs?
De antwoorden maken duidelijker wat de aanpak inhoudt. “We beginnen vroeg” zegt bijvoorbeeld nog niet of kinderen regelmatig taal gebruiken. “We werken met een methode” vertelt nog niet hoe leerlingen spreken of luisteren oefenen. Vraag door naar wat een kind tijdens een gewone les doet en wat het na een periode beter kan proberen.
Voor je keuze van een school spelen natuurlijk ook andere zaken mee dan Engels. Je kunt het Engelse aanbod daarom meenemen als één onderdeel van je bredere afweging over een basisschool kiezen die bij je kind past. Een vroege start hoeft niet automatisch doorslaggevend te zijn; de aansluiting op je kind en de rest van het onderwijs tellen eveneens mee.
Hoe volg je of je kind vooruitgaat?
Kijk naar kleine, waarneembare stappen in plaats van alleen naar een cijfer of een lange woordenlijst. Kan je kind na een luisteropdracht de juiste afbeelding aanwijzen? Kan het een eenvoudige vraag stellen of beantwoorden? Herkent het bekende woorden in een kort tekstje? Probeert het een onbekend woord op te zoeken of met andere woorden duidelijk te maken wat het bedoelt?
SLO benadrukt dat er geen wettelijk verplicht ERK-niveau is dat iedere leerling aan het einde van groep 8 voor Engels moet halen. Het ERK, het Europees Referentiekader voor talen, kan wel gebruikt worden om taalvaardigheid globaal te beschrijven. De doelen voor Engels in het basisonderwijs zijn er niet automatisch aan gekoppeld. Vraag bij een niveauaanduiding daarom wat de school daar precies onder verstaat en welke voorbeelden van leerlingwerk of taalgebruik erbij passen.
Een praktische aanpak voor ouders en leerkrachten:
- Vraag welk doel bij de huidige les hoort, bijvoorbeeld een eenvoudige vraag over hobby’s begrijpen.
- Vraag welke activiteit laat zien dat leerlingen dat doel oefenen, zoals luisteren en daarna in tweetallen antwoorden.
- Bespreek hoe de leerkracht rekening houdt met verschillen in voorkennis en spreekdurf.
- Kijk later of je kind de vaardigheid in een vergelijkbare situatie opnieuw kan gebruiken.
Zo wordt de voortgang bespreekbaar zonder te verwachten dat ieder kind op hetzelfde moment even gemakkelijk spreekt. Voor leerkrachten helpt het om doelen en voorbeelden met de volgende groep te delen; voor ouders maakt het duidelijker wat “Engels krijgen” op deze school in de praktijk betekent.
Veelgestelde vragen
Moet Engels op iedere basisschool worden gegeven?
Ja. Engels hoort bij de verplichte vakken in het basisonderwijs. De kerndoelen beschrijven wat leerlingen aangeboden moeten krijgen, maar scholen bepalen zelf hoe ze dat onderwijs vormgeven. Dat betekent niet dat iedere school dezelfde methode, lestijd of startgroep heeft.
Is een uur Engels per week wettelijk verplicht?
Nee. SLO noemt ongeveer een uur per week als gebruikelijke invulling van Engels in groep 7 en 8, maar dat is geen wettelijke urennorm. De school maakt zelf keuzes over de verdeling van de lestijd. Vraag daarom hoeveel tijd er daadwerkelijk is en wat kinderen in die tijd doen.
Moet mijn kind aan het einde van groep 8 niveau A1 halen?
Er is geen wettelijk verplicht ERK-niveau voor Engels aan het einde van groep 8. De kerndoelen zijn niet aan een ERK-niveau gekoppeld. Een school kan het ERK wel gebruiken om voortgang te beschrijven. Vraag dan welke vaardigheden en concrete voorbeelden bij het genoemde niveau horen.
Wat is het verschil tussen vroeg Engels en tweetalig primair onderwijs?
Bij vroeg Engels begint de school eerder met activiteiten of lessen in het Engels. Tweetalig primair onderwijs gebruikt Engels daarnaast ook bij onderdelen van andere vakken. De benamingen kunnen in de praktijk uiteenlopen. Vraag daarom niet alleen naar het label, maar ook in welke groepen, lessen en situaties leerlingen Engels gebruiken.
In de rubriek Basisschool